Nederlanders zijn een bijzonder volk. Dat heb ik altijd al gevonden. Midden in de Kalahari- woestijn in Botswana kwam ik twee jaar geleden een fietser met een aanhangwagentje tegen. Van een kilometer afstand kon ik zien dat hij een Nederlander was. Daarvoor hoefde ik geen vlaggetje op zijn fiets te zien of hem aan te spreken. Hij was in zijn eentje, honderden kilometers van elke vorm van beschaving, overgeleverd aan het goede humeur van de leeuwen. Alleen Nederlanders bedenken dat soort acties.
Maar nu zeggen onderzoekers dat we helemaal niet zo’n typisch volk zijn. Althans niet als je onze DNA-profielen naast elkaar legt. Voor het eerst analyseren ze de volledige DNA-profielen van grote groepen Nederlanders. Al die ‘rasechte’ Nederlanders blijken genetisch helemaal niet op elkaar te lijken. Binnen een dorp hebben de inwoners veel overeenkomsten, maar een dorp verderop ziet het genoom van de dorpelingen er weer anders uit.
Nog vreemder wordt het als je het onderzoek in België ernaast legt. Vlamingen en Walen vechten elkaar politiek gezien het land uit, maar ondertussen hebben zij juist wel een duidelijk Belgisch DNA-profiel. Zelfs de taalgrens geeft geen duidelijke afwisseling in het Belgisch genoom.
Blijkbaar kijken Nederlanders al generaties lang uitsluitend binnen de dorpsgrenzen als we een partner zoeken en ‘mengen’ we dus niet goed. In tegenstelling tot de Belgen. Dat komt niet echt overeen met het beeld dat ik heb van de ondernemende Hollander. Maar het verklaart misschien wel waarom het moeilijk inburgeren is in Nederland. We zijn zelf gewoon nog helemaal niet ingeburgerd. Typisch Nederlands.
Dit voorwoord is gepubliceerd in NWT Magazine, de voorloper van New Scientist, editie oktober 2011.
